Vermijd het woordje
‘maar’ na een positieve
boodschap.

‘maar’ gebruikt na een
negatieve boodschap,
spoelt het negatieve weg.

Dit zorgt ervoor dat het negatieve wordt benadrukt en de positieve boodschap wordt tenietgedaan.

Bijvoorbeeld:
“Ik vind het geweldig dat je al klaar bent met de adressenlijst. Maar er ontbraken wel een paar gegevens.”

De andere zal enkel onthouden dat er gegevens ontbraken. Het compliment over de adressenlijst wordt helemaal vegeten.

Je kunt beter zeggen:
“Ik vind het geweldig dat je al klaar bent met de adressenlijst. Ik heb alleen gezien dat er in kolom A, bij de postcodes, een aantal gegevens ontbreken.”
De heerlijke saus bedekt de overgang van het slechte naar het goede nieuws. Je kunt kiezen tussen 3 sauzen:
Mosterd:
“Het goede nieuws is wel dat...”
Ketchup:
“Ik kan je wel zeggen dat...”
Mayonaise:

“Maar...”
Waarom kun je nu plots wel kiezen voor ‘maar’? Het woordje ‘maar’ doet ook hier het voorgaande verbleken.

Voorbeeld:
“Ik heb gezien dat er in kolom A, bij de postcodes, een aantal gegevens ontbreken. Maar...”

Voel je dat het woord ‘maar’ de sfeer van het gesprek doet omslaan? Je weet dat er nu iets positiefs volgt.
;